Top 10 tips om bordjessprints te winnen

Top 10 tips om bordjessprints te winnen

 

Het is een veelvoorkomend fenomeen in de wielerwereld. Niet alleen de recreanten, maar ook de wedstrijdrenners doen er graag aan mee: bordjessprints. De in Nederland blauwe borden die de binnenkomst van een dorp aankondigen, worden altijd graag gebruikt als locatie om de onderlinge krachtsverhoudingen te meten. Dat wil niet zeggen dat de sterkste altijd wint. Iedereen heeft kans om als eerste over een illusionaire tussensprintstreep te komen. Dit zijn tien tips die jou daarbij helpen. Hoe win je een bordjessprint?

 

 

Tip 1: Houd de wegbewijzering in de gaten

De bordjes langs de weg in de gaten houden is slim. Door een blik te werpen naar een ANWB-paddenstoel of een blauw verkeersbord langs de weg weet je precies hoe lang het nog is tot de bordjessprint. Spaar je, geef de kop af en zoek het wiel van een renner waarvan je zeker weet dat hij meedoet in de sprint.

Tip 2: Weet hoe de wind staat

De wind is een cruciale factor in het sprinten voor plaatsnaamborden. Bij tegenwind is het zaak om niet op kop te rijden en pas laat uit het wiel van je voorganger te komen. Bij meewind kan je de sprint eerder aangaan. Bij zijwind is het vanzelfsprekend nuttig om via de windluwe zijde de sprint aan te gaan.

Tip 3: Ga eens heel vroeg aan

Soms, heel soms is de verrassingsaanval de succesvolste tactiek. Verras je fietsmakkers met een uitvalspoging. Geraak je weg, dan moet er minstens één renner achter jou energie verspillen om het gat weer dicht te rijden. Met een beetje geluk rijdt niemand meer hard op kop en is de plaatsnaambordjessprint voor jou.

By Ludovic Péron – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=33188978

Tip 4: Laat niet merken dat je een blauw bord gezien hebt

Geregeld zijn plaatsnaamborden in de verte al te spotten. Zit je net in een goed gesprek met je fietsvriend? Laat dan niet merken dat je het bord hebt gespot. Blijf praten, blijf deel uit maken van het gesprek en doe net alsof je niks opgemerkt hebt. Misschien is je compagnon afgeleid en kan jij hem verrassen met een sprint.

Tip 5: Schakel zachtjes

Wanneer iedereen binnen jouw fietsgroep bedacht is op een bordjessprint, valt elke manoeuvre en elk geluidje op. Schakel dus niet te hard wanneer je de sprint aan wilt gaan. Het getik van de voor- en achterderailleur wordt opgemerkt door iedereen.

Tip 6: Volgen de dorpen elkaar op? Rijd door na de sprint!

Soms volgen dorpen – en dus ook blauwe plaatsnaamborden – elkaar snel op. Reden genoeg om eens door te rijden na een bordjessprint. Zo pak je niet één, niet twee, maar misschien wel drie keer de overwinning in de tussensprint.

Tip 7: Plaats een schijnaanval

Letten de anderen op jou omdat je één van de topfavorieten bent voor de bordjessprint? Plaats dan eens een schijnaanval. Dat kan op twee manieren. De eerste: schakel eens een paar keer opvallend op, ga uit het zadel en doe één of twee trappen met veel inspanning. Kijk om je heen en merk op of er iemand de sprint aangaat. Zo ja, in het wiel. Zo nee, in het zadel.

De andere manier is om meer dan twee keer flink op de pedalen te staan, maar vervolgens niet alles te geven zodat de anderen denken dat je voluit gaat. Schat vervolgens in of je wielermaten in de schijnaanval getrapt zijn.

Tip 8: Ken de route!

Misschien is hier wel het meeste profijt uit te halen. Het kennen van de route die jij en je fietsvrienden gaan rijden, kan veel voordeel opleveren. Bereid je voor op de fietstocht en bordjessprints door de route voorafgaand te bekijken. Wil je echt heel graag winnen? Lees tip 9 en gebruik Google Streetview.

Tip 9: Maak zelf de route

Als je zelf de route maakt kan je zelf beslissen welke dorpen je aan gaat doen. Jij weet dus precies waar de bordjessprints zullen zijn. Een extra voordeel kan worden behaald door de route laat, of misschien wel helemaal niet, aan je vrienden door te geven.

Tip 10: Pak de kop op tactische momenten

Er zijn een aantal redenen waarom je op kop zou willen rijden voorafgaand aan een bordjessprint. Ten eerste wanneer het plaatsnaambord op een onverwachtste plek staat, vlak na een bocht bijvoorbeeld. Of na een rotonde of stoplicht. Bij een smal fietspaadje kan je als koploper van je fietsgroep de deur dichthouden voor hongerige sprintwolven.

Bonus tip: Gebruik de slipstream

Er bevindt zich altijd verkeer om je heen wanneer je gaat sprinten voor een plaatsnaambord. Let hier op en schat eventuele gevaarlijke situaties (drempels, dertig kilometer per uur zone, spelende kinderen, tegenliggende auto’s) goed in. Een bordjessprint is geen kapotte fiets of lichaam waard. Van andere weggebruikers kan je overigens ook gebruik van maken. Komt een tractor, auto of brommer langs? Spring dan in de slipstream. Pas op, niet elke weggebruiker waardeert slipstreamende wielrenners voor bordjessprints!

Lees ook:Nooit meer lang zoeken, altijd de beste prijs!
Lees ook:Video: De 32% van de slotklim Vuelta etappe 3
Lees ook:Gran Fondo Dead Sea: Koersen in een land met een imagoprobleem
Lees ook:In welke provincie wonen de beste fietsers?
Lees ook:Een rugzak voor tijdens het wielrennen: wel of niet doen?

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>